<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Korte verhalen &#8211; Yours truly, the Storyteller</title>
	<atom:link href="https://yourstrulythestoryteller.nl/category/korte-verhalen/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://yourstrulythestoryteller.nl</link>
	<description>~ jouw plek om even weg te dromen ~</description>
	<lastBuildDate>Sun, 15 Apr 2018 12:57:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>Euforie</title>
		<link>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/04/05/euforie/</link>
					<comments>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/04/05/euforie/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maria1990]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 05 Apr 2018 11:09:27 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Korte verhalen]]></category>
		<category><![CDATA[kort verhaal]]></category>
		<category><![CDATA[maria koskamp]]></category>
		<category><![CDATA[yours truly the storyteller]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://yourstrulythestoryteller.nl/?p=196</guid>

					<description><![CDATA[De gele sjaal van de kleine jongen wappert in de wind als hij door de lege straten loopt van de…]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De gele sjaal van de kleine jongen wappert in de wind als hij door de lege straten loopt van de verlaten stad. Het is het begin van de herfst en de eerste bladeren zijn op de grond gevallen. Met flinke passen stapt de jongen door de dikke laag bladeren, totdat hij midden op het dorpsplein staat. De slingers van het feest deinen zachtjes mee met het stevige briesje wind.<span id="more-196"></span>Het is een gure oostenwind die alle ramen van de lege huizen doet klapperen. De huizen zijn geverfd in de kleuren geel, rood, paars, groen en blauw, maar het licht in de woonkamers is al tijden gedoofd. In de grote eikenbomen op het plein zijn verdwaalde ballonnen blijven steken. De kleine jongen sluit zijn ogen en probeert de stad van eerst voor zich te halen. Jonge meisjes met hun moeders die rennen over het plein om als eerst in de rij te staan voor de draaimolen. De jongens van zijn leeftijd die opscheppen voor de schietkraam en hun vaders voorbeeld volgen door niet één keer raak te schieten. De huizen hebben lichte woonkamers waarin vaders met kleine kinderen voor het raam naar het feest staan te kijken. De moeders die uit de keuken komen lopen met stukken taart en kommen slagroom in hun handen. Niemand lijkt verdrietig. Stuk voor stuk ziet de kleine jongen de glunderende gezichten van de mensen langskomen.</p>
<p>De kerkklok slaat twaalf keer. Het is middernacht. De kleine jongen haalt zijn plunjezak met moeite van zijn rechterschouder. Met een plof valt de tas voor zijn voeten. Hij trekt zijn donkerblauwe houtje-touwtjejas recht en knielt op één knie voor de tas. Uit een klein vakje haalt hij zijn fluit. Midden op het plein begint hij een langzame melodie te spelen. De muziek galmt langs de lege huizen en over het verlaten plein. Een echo ontstaat in één van de smalle straatjes en de wind neemt de tonen mee door de hele stad. De kleine jongen zwiert zachtjes mee op het ritme, zijn voet bewegend op de maat. Zijn gele sjaal fladdert vrolijk van links naar rechts. De franjes van de sjaal dansen in de lucht alsof ze elk moment weg kunnen vliegen. Dan hoort de kleine jongen in de verte een vogel zijn melodie nafluiten. Hij glimlacht. Zijn fluit verdwijnt weer in zijn tas en hij vervolgt zijn weg door de smalle straatjes, op pad naar zijn volgende muziekstuk.</p>
<p>Als hij de volgende morgen opstaat, hoort hij vanuit de verlaten stad muziektonen en lachende mensen. Hij glimlacht. Snel pakt hij zijn plunjezak in en loopt verder over het bospad. Hij moet nog twintig kilometer lopen. Het bospad ligt bezaaid met modderige bladeren. Met zijn regenlaarzen stapt hij er flink doorheen. Elk uur blijft hij even staan om naar de lucht te kijken en ieder uur is de lucht weer anders. Dit uur is de zon verdreven door de wolken. De kleine jongen knoopt zijn jas goed dicht. Zijn landkaart laat een klein dorpje naast Lavignon zien. Dat is nog ongeveer dertig minuten, bedenkt hij. Dat moet hij wel redden. De kleine jongen slaat zijn gele sjaal nog een keer om zijn hals en stapt in de gure oostenwind stevig door op het bospad.</p>
<p>Aan het begin van het dorpje staat een lege ton met een poster erop opgeplakt.</p>
<p>Zondag 15 juni<br />
Feest voor iedereen op het dorpsplein; neem je vrienden en familie mee!<br />
Kermis, circusartiesten, hapjeskramen<br />
Komt dat zien, komt dat zien!<br />
Blijdschap gegarandeerd!</p>
<p>De eerste huizen van het dorp liggen ver uit elkaar. Het groene gras in de voortuinen heeft met de jaren een dorre, bruine kleur gekregen. De kleine jongen merkt kapotte ruiten op, omgehakte bomen, ingestorte daken en voordeuren die ingetrapt zijn. Wat is er hier toch gebeurd? Hier ben ik hard nodig, denkt de jongen. Hij loopt door tot het dorpsplein, net zoals de poster hem vertelde. Daar is het feest. In het midden van het plein ligt een stapel houtafval met hoopjes as ernaast. Eromheen in een cirkel staan de hapjeskramen. Op de houten vlonders die dienen als tafel, liggen omgevallen lege drinkbekers en bevuilde eetborden. Onder de kramen liggen door ratten opengescheurde vuilniszakken. Rondom het plein staan kleine appartementen met eronder lege, kleine winkeltjes van particulieren.<br />
De kleine jongen knielt weer neer met zijn fluit. Na een minuut klinken de zachte tonen weer over het plein. De jongen versnelt deze keer zijn tonen om de echo over het grote plein langer te doen klinken. Midden in zijn muziekstuk tikt er een hand op zijn schouder. Verschrikt draait de kleine jongen zich om en ziet voor hem een lange, gespierde man staan. Zijn donkerbruine krullen springen woest omhoog, zijn donkere ogen kijken de jongen doordringend aan.<br />
‘Wat moet dat hier?’ Zijn lage, luide stem echoot over het dorpsplein. De jongen staat op en houdt zijn speelfluit naar voren.</p>
<p>‘Ik breng het leven, mijn beste heer. Op plekken waar de dood langs is geweest.’ De lange man blijft de jongen aankijken en pakt de fluit van hem aan.<br />
‘En dat doe je door muziek?’ De kleine jongen knikt. Hij bekijkt de lange man nog eens goed. Over zijn rechterwang loopt een lang litteken tot aan zijn mondhoek. Hij vraagt zich af hoe deze is gekomen. De lange vingers van de man glijden langs de speelfluit. Even zet hij het instrument bijna aan zijn mond, maar geeft hem toch terug aan de jongen.<br />
‘Doe dat dan maar op andere plekken, mijn jongen. Deze plek heeft geen dood gekend, alleen maar verdriet.’ De kleine jongen ziet het gelaat van de man langzaam veranderen. Zijn ogen staan diep in de oogkassen, veel emotie vertonend. Als de man wil omdraaien om weg te lopen, houdt de jongen hem tegen.<br />
‘Oh wacht, meneer. Wilt u mij niet vertellen hoe deze plek is gestorven?’ De lange man kijkt hem vragend aan alsof hem net iets geks is gevraagd.<br />
‘Gestorven? Mijn beste jongen, deze plek is verlaten. De mensen hebben verdriet op deze plek gezien en zijn weggegaan.’<br />
‘Welk verdriet is er dan geweest op deze plek?’ De wind waait zachtjes om hen heen en brengt de lege drinkbekers van de kramen naar hun voeten en verder door de straten. De lange man wijst de jongen te gaan zitten op het houten bankje op het plein.</p>
<p>‘Wil je ons helpen?’ vraagt de man, nog steeds de jongen doordringend aankijkend. Zijn hand wijst naar de kerktoren op het plein. ‘Elke dag om twee uur komen alle inwoners uit de buurt hier naar het dorpsplein toe om de dood van een jong meisje te herdenken.’ De man haalt een opgevouwen foto uit zijn broekzak. Het meisje op de foto heeft lang donkerbruin haar met een vriendelijk gezichtje. Haar ogen zien er leeg uit, alsof al het leven uit haar is gezogen. ‘Mijn dochter,’ zegt de man. ‘Ze stierf negen jaar terug door verdrinking bij die fontein.’ Het water in de fontein op het plein is allang opgedroogd. De stukken afgevallen baksteen liggen op de grond om de fontein heen. ‘Ik wil de blijdschap terug in dit dorp. Ik wil niet blijven hangen in verdriet.’ De kleine jongen buigt zich naar de man toe en houdt zijn fluit voor zijn gezicht.<br />
‘Ik weet precies wat iedereen nodig heeft.’</p>
<p>Als de kerktoren twee keer slaat, komen de eerste mensen richting het dorpsplein lopen om te verzamelen rond de fontein. De vader van het meisje staat vooraan met de foto in zijn hand. Via de trappen in de toren is de kleine jongen in de kerktoren geklommen. Hij schuift een klein raampje in de top open. Als alle mensen zich verzameld hebben op het plein, begint de jongen een onbekend wijsje te spelen, maar de muziek dringt door tot in alle harten van de mensen. De euforische tonen doen de mensen meedeinen op de muziek zoals ze al lang niet hebben gedaan. De jongen speelt de ene vrolijke noot na de andere en krijgt de mensen aan het dansen op het plein. De vader van het meisje staat midden in de mensenmassa te klappen in zijn handen en te stampen met zijn voeten. In tijden heeft dit dorpsplein geen feest gekend en de kleine jongen heeft het teruggebracht. In de verte hoort hij een aantal vogels zijn melodie nafluiten en ze nemen zijn taak als muzikant over.<br />
Als de kleine jongen over zijn schouder terugkijkt naar het dorpsplein, ziet hij de mensen dansen en zingen en in hun handen klappen en naar elkaar lachen. De jongen glimlacht. Hij haalt zijn landkaart weer uit zijn tas en bekijkt hoeveel kilometer verderop het volgende dorpje is. Zijn gele sjaal slaat hij een paar keer om zijn nek. Uit zijn plunjezak steekt zijn toverfluit.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/04/05/euforie/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Gouden tijd</title>
		<link>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/02/18/gouden-tijd/</link>
					<comments>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/02/18/gouden-tijd/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maria1990]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 18 Feb 2018 19:14:47 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Korte verhalen]]></category>
		<category><![CDATA[kort verhaal]]></category>
		<category><![CDATA[maria koskamp]]></category>
		<category><![CDATA[yours truly the storyteller]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://yourstrulythestoryteller.nl/?p=147</guid>

					<description><![CDATA[Vanuit het noorden komt er een stevige, gure wind en in de verte hoort hij de merel zijn lied zingen.…]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-weight: 400;">Vanuit het noorden komt er een stevige, gure wind en in de verte hoort hij de merel zijn lied zingen. Het is tijd. Hij pakt zijn sjaal van de kapstok en knoopt zijn rugzak dicht. Als hij de deur van de schuur opendoet, stroomt er een frisse windvlaag langs zijn wang. Hm, heerlijk, denkt de jongen, het is de geur van nieuwe avonturen. Zijn rechterhand omklemt het gouden horloge in zijn broekzak. Nog één keer kijkt hij om naar het kleurrijke dorp dat hij achterlaat. Uit de huizen vloeit goud licht en de rode met groen en gele vlaggen steken ver boven de daken uit. Nog nooit heeft hij zo’n mooi tafereel gezien; het lijkt wel haast geschilderd. Elke opdracht vindt hij een vreugde om te mogen doen, maar bij elk resultaat voelt hij ook een diep verdriet als hij het weer moet verlaten. De jongen gooit zijn sjaal over zijn rechterschouder en stapt dan vastberaden op het lange zandpad weg van de gelukkige mensen.</span></p>
<p><span id="more-147"></span></p>
<h6>De eerste nacht</h6>
<p><span style="font-weight: 400;">De eerste nacht is altijd het guurst. De bomen zingen weer hun nachtelijk lied als de jongen zijn schuilplaats beschut probeert te maken met takken en bladeren. Het angstaanjagende geluid doet de jongen beven. Zachtjes zwieren de bomen van links naar rechts en laten een terugkomende lichtstraal zien door de maan die door ze heen schijnt. Niets maar dan ook niets kan de jongen angstiger maken dan de donkere figuren die de bomen op de grond achterlaten. Maar zoals gewoonlijk zet de jongen door en tijdens de tweede nacht is het beven al minder geworden. Zijn hart klopt minder snel bij het bedenken van het uiteindelijke doel. Elke avond voor zonsondergang brengt de merel hem een bezoek met het vertrouwde melodietje en de boodschap dat hoop voor de toekomst onderweg is.</span></p>
<p><span style="font-weight: 400;">Als de zon opkomt, maakt de jongen zich gereed om de laatste etappe van zijn reis te volbrengen. Vanaf dit punt is het nog maar een dag lopen naar de eindbestemming. De gure noordenwind is gaan liggen en heeft plaats gemaakt voor een fijne miezerregen. Met stevige passen loopt de jongen weer richting het hoofdzandpad. In de verte ziet hij de grauwe kerktoren al liggen. Het haantje draait gevaarlijk heen en weer in een onrustige wind die alleen daar te voelen moet zijn. Als de jongen bij de poort van het dorp is aangekomen, haalt hij het gouden horloge uit zijn broekzak. Met twee tikjes laat hij de grote en de kleine wijzer vooruit lopen. Hij ziet de zon verdwijnen en de wolken opkomen. Een donkere hemelnacht verstopt zijn sterren, totdat de zon weer opkomt en haar plek hoog boven in de lucht inneemt. De jongen stopt het horloge weer in zijn broekzak en stapt onder de poort het dorp binnen.</span></p>
<h6>Het dorp</h6>
<p><span style="font-weight: 400;">Op het dorpsplein spelen een aantal kinderen met een hoepel en een slinger. Ze dragen vale, bruine jassen met daaronder kleren met scheuren erin. Hun gezichten staan somber. Vieze vegen lopen dwars over hun wangen en hun haren staan verwilderd. Als ze de jongen zien, blijven ze stilstaan. Nog nooit hebben ze iemand gezien met zulke nette kleding. Een vreemdeling, denken ze, het moet haast wel een vreemdeling zijn. Wanneer de jongen dichterbij komt, gooien twee kinderen hun slinger op de grond en rennen weg van het dorpsplein. Maar één meisje van ongeveer acht jaar oud blijft nieuwsgierig staan. Ze loopt voorzichtig naar de jongen toe en steekt haar bevuilde handje uit. De jongen pakt haar handje vast en glimlacht vriendelijk naar haar. Een warme gloed komt door het meisje heen en een grote glimlach verschijnt op haar kleine gezichtje. Als de jongen haar hand loslaat, schrikt ze en haar glimlach verdwijnt. Met steeds grotere passen loopt ze naar achteren, van de jongen vandaan, maar nog altijd haar ogen op hem gericht. De jongen wil zijn mond nog open doen om haar tegen te houden, maar het kleine meisje rent al weg van het dorpsplein.</span></p>
<p><span style="font-weight: 400;">Bij elke stap die de jongen doet in het dorp, voelt hij zich somberder en somberder worden. De huizen zien er grauw uit. Overal ligt afval op de grond waar de ratten hun feestmaal mee houden. De dorpelingen zijn schuw en angstig. Ze durven de jongen amper aan te kijken. Als hij bij de dorpskerk aankomt, stuit hij op een gesloten deur. Zachtjes klopt hij drie keer aan. Geen geluid. Nogmaals klopt hij drie keer. De deur kraakt open en in de kleine kier ziet de jongen een bange blik van een gezette, kleine man. Als de deur iets verder opengaat, komt een muffe geur hem tegemoet. De man kijkt de jongen niets begrijpend aan. In geen jaren is er iemand aan de deur geweest. Altijd houdt de man op zondagochtend een eigen dienst zonder publiek. Niemand wilde naar hem komen luisteren. De jongen legt voorzichtig een hand op de schouder van de man. Van schrik laat de man de sleutel van de deur die hij in zijn handen had, vallen. Een vloed van geluk en zaligheid overspoelt hem. Een gevoel van liefde en blijdschap kriebelt omhoog en toont dit in een brede glimlach op zijn gezicht. De jongen laat zijn hand weer van zijn schouder glijden en onmiddellijk schiet het gezicht van de man in de ernstige frons die hij eerst vertoonde. Zijn niets begrijpende blik is nu nog groter geworden. Met een vriendelijk knikje groet de jongen de man. Hij voelt zijn ogen in zijn rug prikken als hij wegloopt van de kerk weer richting de poort van het dorp.</span></p>
<h6>Gouden tijd</h6>
<p><span style="font-weight: 400;">Aan de rand van het dorp haalt de jongen het gouden horloge weer uit zijn broekzak. Met dezelfde twee tikjes als voorheen laat hij de grote en kleine wijzer teruggaan in de tijd. De zon gaat op en duwt de donkere nachtwolken naar voren. Heel voorzichtig laat zij zich dan weer zien in de vorm van een lekker warm middagzonnetje. De jongen loopt weer richting de poort van het dorp. In de verte hoort hij vrolijke muziek en lachende kinderen. Eenmaal aangekomen op het dorpsplein wordt hij enthousiast begroet door een aantal dorpelingen. Ze schudden hem de hand en wijzen hem de weg naar de kraampjes op het plein. Van alles is er te koop, van lekkere koeken tot aan fel gekleurde sjaals. De jongen glimlacht en terwijl hij door springende kinderen meegenomen wordt in een vrolijke dans op het plein, denkt hij aan het mooie resultaat van deze opdracht.</span></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/02/18/gouden-tijd/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
