<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Eea en zijn verloren schat &#8211; Yours truly, the Storyteller</title>
	<atom:link href="https://yourstrulythestoryteller.nl/tag/eea-en-zijn-verloren-schat/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://yourstrulythestoryteller.nl</link>
	<description>~ jouw plek om even weg te dromen ~</description>
	<lastBuildDate>Sun, 15 Apr 2018 12:48:37 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	
	<item>
		<title>Deel III Wraak</title>
		<link>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/25/deel-iii-wraak/</link>
					<comments>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/25/deel-iii-wraak/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maria1990]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 25 Mar 2018 18:08:39 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vervolgverhalen]]></category>
		<category><![CDATA[Eea en zijn verloren schat]]></category>
		<category><![CDATA[fantasie]]></category>
		<category><![CDATA[feuilleton]]></category>
		<category><![CDATA[maria koskamp]]></category>
		<category><![CDATA[vervolgverhaal]]></category>
		<category><![CDATA[yours truly the storyteller]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://yourstrulythestoryteller.nl/?p=188</guid>

					<description><![CDATA[Eea houdt zich vast aan het linkerbeen van Wom, trillend op de grond van de harde brul. De schreeuw heeft…]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Eea houdt zich vast aan het linkerbeen van Wom, trillend op de grond van de harde brul. De schreeuw heeft enkele bladeren van het hoofd van Wom doen vallen. De vrienden kijken elkaar verschrikt aan.<br />
‘Wom, wat doen we nu?’ De stem van Eea klinkt klein.<br />
‘We gaan verkennen van wie of wat die kreet komt.’ Wom tilt Eea op en zet hem op de bovenkant van het houten hutje. Met zijn handen schuift Eea de takken van het dak eraf, totdat alleen de houten planken van het hutje te zien zijn. Een klein gat zit tussen twee planken. Eea probeert te zien wat er in het hutje is, maar het is te donker. In de rechterhoek ziet hij in de schemer een paar lange, slanke vingers bewegen, gevolgd door een duistere verschijning. Eea schrikt op.<br />
‘Eea, wat is er?’ Een grote, bruine hand haalt Eea omhoog. Wom bekijkt de bange ogen van zijn vriend.</p>
<p><span id="more-188"></span><br />
‘Het is Heemu, Wom. Hij zit daarbinnen. Hoe kan dat?’ Eea wijst angstig naar het houten hutje. Met een harde klap zwiept Wom de voordeur open.<br />
‘Heemu! Toon jezelf!’ De kleine man komt gebogen het hutje uit lopen, zijn mantel van bladeren om zich heen geslagen. Dezelfde gemene grijns als gisteren staat op zijn gezicht.<br />
‘Wom, je hebt de plek gevonden, zie ik.’ Heemu tikt met zijn vingers tegen elkaar. Een lange, zwarte lok komt langzaam onder zijn mantel met bladeren vandaan.<br />
‘Ja, dat klopt. Wat was die brul in de grot?’ Wom bekijkt Heemu nieuwsgierig. Steeds meer donkere haren verschijnen onder zijn capuchon.<br />
‘Dat is mijn andere oude vriend, Wom. Die bewaakt het magisch poeder. Je zult hem en zijn vrienden eerst moeten verslaan om je schat te kunnen halen.’ Heemu wijst voorbij Wom en Eea en zwaait met zijn linkerhand. Achter hen vormt langzaam een haag van bomen. Hun dikke boomstammen bewegen geleidelijk naar elkaar toe, totdat ze elkaar raken. Er vormt zich een halve cirkel die aan de ene kant eindigt bij de grot en aan de andere kant bij het houten hutje. Wom en Eea zijn omsingeld. De bomen reiken tot ver boven Wom, met hun takken een dicht plafond vormend. Heemu grinnikt zachtjes. Langzaam verandert het kromme lichaam van de oude man in een slank figuur. Lange, zwarte haren sieren nu het hoofd van Heemu. Het slanke figuur spreidt de mantel van bladeren met beide armen die veranderd is in een groot, donker gewaad. Eea houdt zich stevig vast aan het been van Wom die neerkijkt op de machtigste tovenares in het land van Seepor. Katiri, het is Katiri!</p>
<p>‘Je kunt niet alles overzien, Wom. Dit is jullie lot.’ Eea en Wom zien de zon langzaam wegglijden achter de dichte bladeren. Een luid gebrul klinkt nog een keer vanuit de grot. Katiri spreidt haar zwarte mantel nog een keer en slaat hem dan om haar heen. Binnen een seconde is ze verdwenen. Eea kijkt Wom angstig aan.<br />
‘Wat is het plan, Wom?’<br />
‘Ik heb iets bedacht. Kom met me mee.’ Met logge stappen maakt Wom zich los van de grond en stapt richting de grot. In de rots loopt een barst boven de ingang die verder gaat tot aan de rand. Wom plaatst zijn rechterhand in de ingang aan de bovenkant en geeft een flinke ruk aan de grot. De rots breekt open midden in de barst. Niet veel later heeft Wom de bovenkant van de grot in zijn hand die hij stevig boven zijn hoofd met beide handen vasthoudt. Met flinke dreunen laat hij het plafond aan bladeren bezwijken. De bomen wijken en nemen hun normale positie weer in. De magie van Katiri is uitgewerkt.</p>
<p>Als Wom de bovenkant van de rots op de grond heeft neergelegd, loopt hij samen met Eea richting de grot. Voorzichtig uitkijkend voor gevallen takken en bladeren lopen ze naar de ingang. In de rechterhoek ligt een ongekend, vreselijk monster. De bruine haren van zijn vacht glinsteren in het zonlicht. Gele tanden steken uit zijn bek, luid grommend naar Eea en Wom. Zijn lichaam vult de grot, maar het beest is drie keer zo klein als Wom. Eea moet echter omhoog kijken en verstopt zich achter zijn beste vriend. Met flinke kracht slaat Wom het monster dood met een dode boomstam. Het beest krimpt ineen, bloed sijpelt uit zijn kop. Met lichte moeite krijgt Wom hem uit de grot getild, maar er ligt niets op de plek waar hij heeft gezeten.<br />
‘Geen magisch poeder, Eea. Katiri heeft ons erin geluisd.’ Wom kijkt Eea bedroefd aan, zijn voeten uitschuddend boven de grond. Eea springt opzij voor de spetters modder.<br />
‘We gaan verder, Wom.’<br />
De twee beste vrienden rusten op een plek vlakbij de grot, nadat ze twee uur hebben gewacht om te kijken of het monster echt dood is. De volgende morgen gaan ze weer op pad. Na twee dagen lopen komen ze aan bij een kruising. In het midden van de weg staat een wegwijzer.<br />
‘Welke kant is het beste?’ vraagt Wom aan Eea.<br />
‘Links. Dat is naar Litad, de stad waar ik ben opgegroeid.’ Eea wijst naar het groene land dat aan de linkerkant ver voor hen uitstrekt. De weg is bekend voor Eea. Ze hoeven niet veel te zoeken. Het pad kronkelt door bossen en langs rivieren. De vogels in de lucht volgen hun weg, totdat ze aankomen in het kleine stadje Litad, de geboorteplek van Eea en Myra.</p>
<p>‘We zullen eerst grootmoeder bezoeken, Wom,’ vertelt Eea. ‘Zij weet wat we moeten doen.’ Ze vervolgen hun weg naar een klein rood huisje aan de rand van de stad, gelegen op een lage heuvel. De schoorsteen laat steeds kleine wolkjes donkere rook los. De groene voordeur hangt scheef en heeft nodig een schilderbeurt nodig. Achter de doffe ruiten van het woonkamerraam staan eenzame planten stilletjes naast elkaar. Het is verdacht kalm rondom het huisje. Uit het huis van grootmoeder klonk altijd vrolijke muziek, denkt Eea.<br />
‘Blijf maar even buiten wachten, Wom.’ Eea loopt naar de groene voordeur en klopt aan. In het huis hoort Eea gestommel. De groene voordeur kraakt langzaam open. Eea’s grootmoeder staat gebogen voor zijn neus. Haar grijze haren zitten slordig in een knotje met een groen lint eromheen gedraaid. Een donker gewaad kleedt haar bovenlijf met een paar blote voeten onderuit stekend.<br />
‘Grootmoeder! Hoe is het met u gesteld?’ Eea bekijkt zijn grootmoeder verbaasd. Zo herkent hij haar helemaal niet.<br />
‘Och Eea, jongen. Wat doe jij hier nu?’ De oude vrouw wuift met haar hand Eea een stuk achteruit. Gehoorzaam zet Eea een aantal stappen terug.<br />
‘Ik kom het magisch poeder van grootvader zoeken, grootmoeder.’ De oude vrouw grinnikt griezelig. Met haar rechterhand zwaait ze langzaam van links naar rechts. Haar gedaante verandert en ze groeit langzaam uit tot een slank figuur. Haar krachtige lichaam drukt tegen de bovenkant van de groene voordeur aan. Met een harde kraak breekt het kleine, rode huisje in stukken. Het slanke figuur torent hoog boven Eea uit: Katiri. Haar lange armen spreiden het donkere gewaad. Op het moment dat ze Eea opzij wil gooien, trekt Wom hem naar achteren.</p>
<p>‘Katiri! Laat ons met rust! Waar is de grootmoeder van Eea?’ Wom kijkt giftig neer op de tovenares. ‘Vertel het me!’ Zijn woede vermenigvuldigt met elk woord dat hij uitspreekt. Met haar linkerarm zwaait Katiri naar Wom die dertig meter achteruit vliegt. Hij komt terecht onderaan de heuvel. Voor een tweede keer beweegt Katiri haar linkerarm van links naar rechts en maakt een duwende beweging richting Wom. Binnen een seconde komen er gele vlammen over zijn hele lichaam. Zijn takken en stam staan in lichte laaien. Eea sprint naar zijn beste vriend.<br />
‘Wom! Nee!’ Eea laat zich voor hem op de grond vallen en draait zich dan om naar Katiri. ‘Jij! Hoe kon je? Mijn beste vriend!’ Op het moment dat Eea op wil staan, stort Katiri op de heuvel neer. Haar zwarte mantel valt uiteen in honderden kraaien die hun weg vinden in de heldere blauwe lucht. De grond zuigt haar lichaam op, verdwijnend in de donkere aarde. Eea kijkt naar Wom. Zijn wortels kronkelen onder de grond op de plek waar Katiri heeft gestaan.<br />
‘Wom! Heb jij haar gedood?’ Eea ziet zijn beste vriend zachtjes knikken.<br />
‘Alles voor mijn beste vriend, Eea. Alles.’ Op het gezicht van Wom staan modderige, dikke tranen. Eea slaat zijn armen om hem heen, hem niet verlatend als hij zijn laatste adem uitblaast. Door zijn tranen heen ziet hij een oude vrouw op hem aflopen.<br />
‘Grootmoeder!’ Eea geeft haar een knuffel. Ze duwt hem een rood fluwelen zakje in zijn hand.<br />
‘Ga nu maar gauw terug naar huis.’ Eea kijkt in zijn hand. Een schitterend geel licht straalt vanuit het zakje.</p>
<p style="text-align: center;">***</p>
<p style="text-align: left;">‘Kom, Myra, we zijn bijna op de top.’ Met zijn rechterhand trekt Eea zijn zusje mee over het smalle bergpaadje. De weg kronkelt veel en ze moeten uitkijken niet over losse stenen uit te glijden. De berg Misam is hoog en steil. Als ze op de top zijn, haalt Eea een rood zakje uit zijn rugzak. Voorzichtig maakt hij het open en haalt een handje vol poeder eruit. Met een sierlijke gooi werpt Eea het in de lucht, vervolgens meevarend op de wind.<br />
‘Iedereen en alles kan nu helen in het land van Seepor, Myra. Als er een wil is.’ Zijn kleine zusje knikt instemmend.<br />
‘Dank je wel, Eea.’</p>
<p>&nbsp;</p>
<h5>Lees <a href="http://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/09/deel-i-op-pad/">hier</a> Deel I.</h5>
<h5>Lees <a href="http://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/16/deel-ii-de-oversteek/">hier</a> Deel II.</h5>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/25/deel-iii-wraak/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Deel II De oversteek</title>
		<link>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/16/deel-ii-de-oversteek/</link>
					<comments>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/16/deel-ii-de-oversteek/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maria1990]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 16 Mar 2018 12:58:24 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vervolgverhalen]]></category>
		<category><![CDATA[Eea en zijn verloren schat]]></category>
		<category><![CDATA[fantasie]]></category>
		<category><![CDATA[feuilleton]]></category>
		<category><![CDATA[maria koskamp]]></category>
		<category><![CDATA[vervolgverhaal]]></category>
		<category><![CDATA[yours truly the storyteller]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://yourstrulythestoryteller.nl/?p=176</guid>

					<description><![CDATA[De beige rotsblokken van het ravijn steken uit en vormen een mooi rond plateau. Aan de overkant loopt het bos…]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De beige rotsblokken van het ravijn steken uit en vormen een mooi rond plateau. Aan de overkant loopt het bos verder. Hoge boomtoppen mengen zich tot een groene overkapping met daaronder een wirwar aan weggetjes. Tientallen dode boomstammen waarin Eea’s schat verborgen kan zijn. Links van hen zigzagt er een paadje langs het ravijn, rechts een hoog, bruin rotsblok waar Wom niet overheen kan kijken. Hij geeft een harde dreun tegen het middelste blok, maar het blok geeft niet mee. Eea en Wom moeten wijken voor vallende stenen. Ze besluiten het pad langs het ravijn te volgen, op zoek naar een oversteek.</p>
<p><span id="more-176"></span><br />
‘Eea, denk je dat we ooit het poeder zullen vinden?’ Wom kijkt achterom en wacht, totdat zijn beste vriend is bijgelopen.<br />
‘Het moet, Wom. Het moet.’ Hijgend komt Eea dichterbij. Met zijn linkerhand klopt hij zachtjes op het been van zijn vriend die vervolgens zijn hand naar beneden laat dalen om Eea op te pakken.<br />
‘Rust maar even uit.’ De stem van Wom klinkt warm en vriendelijk. Het paadje zigzagt langs het ravijn en Wom moet uitkijken niet van de rand af te glijden. Voor de zekerheid stapt hij wat meer in de struiken naast het paadje, voorzichtig uitkijkend geen bomen en planten te pletten. Een brede, horizontale tak verspert zijn zicht; Wom duwt hem opzij. In de verte ziet hij een oversteek.<br />
‘Kijk, Eea! Zie je dat?’<br />
‘Een hangbrug! We zijn gered, we kunnen verder!’ Eea klaart op bij het zien van de oversteek. Het zigzagpaadje leidt hen naar de hangbrug. Hij is zeker zo’n twintig meter lang en erg gammel. Daar kan Wom niet overheen. Eea bekijkt de brug.<br />
‘We moeten er overheen. Het is de enige manier. Ik ga wel eerst.’<br />
‘Goed plan.’ Wom ziet hoe zijn beste vriend voorzichtig de eerste stappen zet op de gammele, houten vlonders. Aan weerskanten is een lang touw gespannen met af en toe een verticale balk die verbonden is met de vlonders. De touwen zijn aan beide kanten van het ravijn vastgebonden en in de grond geslagen met een tien centimeter dikke spijker.</p>
<p>Eea loopt behendig over de gammele brug en bereikt veilig de overkant. Behoedzaam zet Wom een stap op de houten balken en laat zijn volle gewicht zakken op de hangbrug. Hij voelt de balken onder zijn voeten breken en met een harde kraak barst zijn rechtervoet door de houten vlonders heen. Vluchtig trekt Wom zijn been terug. Voor hem barst de brug in het midden open tot aan de overkant. De touwen aan de kant van Wom schieten los. De twee losse delen van de brug slingeren naar beneden en slaan tegen de rotsen aan de overkant.<br />
‘Eea! Is alles in orde?’ schreeuwt Wom naar de overkant, uitkijkend naar zijn beste vriend die zichzelf op de grond laat vallen voor de harde klap van de brug.<br />
‘Wom! Wat doen we nu?’ Eea maakt een koker om zijn mond met zijn handen. ‘Hoe kom je nu naar de overkant?’ Met zijn logge voeten boort Wom twee gaten in de aarde. Zijn benen vormen samen nu één stam. Wom wappert zijn armen op en neer tot de takken weer tevoorschijn komen en schudt zijn hoofd om zijn bladeren weer te zien. Als hij zijn eigen gedaante weer heeft aangenomen, maakt hij zich los van de aarde en laat hij zich vallen over het ravijn. Zijn top bereikt de overkant, zodat zijn lichaam nu een nieuwe oversteek maakt.<br />
‘Wom, wat goed! En nu, hoe kom je hierop?’ Eea kijkt vol verbazing naar de boomstam die over het ravijn hangt. Met zijn takken in de top trekt Wom zich op aan de bomen die voor hem staan. Al schuivend komt hij op de rotsen, totdat ook zijn wortels de overkant bereiken. Eea bekijkt het spektakel met grote ogen. Langzaam komt het grote gevaarte overeind en verandert in zijn beste vriend.<br />
‘Zo, dat hebben we ook weer gehad. Laten we verder gaan.’ Wom wijst een kant uit.</p>
<p>Eea en Wom gaan weer verder door het bos. Bij elke dode boomstam controleren ze op verstopt, magisch poeder, maar alles is tevergeefs. Bij een lichtblauw vennetje rusten ze uit van drie dagen zoeken. Als de nacht valt, neemt Wom zijn plaats in tussen de andere bomen. Eea zit achter een grijze rots en heeft de eerste wacht. De nacht is koel. Heldere sterren staan aan de lucht en vormen samen verschillende figuren. Eea probeert de lijnen te volgen met zijn vinger, elk figuurtje een naam gevend.<br />
‘Dat is de Grote Beer.’ Van achter de rots klinkt het schrille stemmetje. Eea schrikt op.<br />
‘Wie is daar? Toon uzelf.’<br />
‘Wees niet bang. Ik ben een oude vriend van Wom.’ De verschijning komt achter de rots vandaan. De kleine man heeft groene bladeren om zich heen geslagen en een mantel ervan gemaakt. Zijn gezicht ziet er oud en vermoeid uit, een lange baard siert zijn kin. Met zijn lange, magere vingers reikt hij naar de plek waar Wom verborgen staat.<br />
‘Verrek, Heemu! Doe dat niet!’ Met een schok komt Wom tevoorschijn, zijn wortels en takken vervangend door ledematen. Eea maakt een sprongetje omhoog.<br />
‘Hela! Wat gebeurt er nu, Wom?’ Hij ziet hoe de oude vrienden elkaar de hand schudden.<br />
‘Eea, ik wil je graag voorstellen aan mijn oude vriend, Heemu.’ Wom wijst naar de kleine man die zijn mantel van bladeren wijd spreidt om een formele buiging te maken. Een grijns staat op zijn gezicht. Als hij weer overeind staat, gebaart hij Eea en Wom dichterbij te komen.<br />
‘Luister, Wom. Ik weet waar jullie naar op zoek zijn.’ Eea kijkt de man geschrokken aan.<br />
‘Hoe weet u dit?’ De kleine man geeft geen antwoord en gaat verder met zijn verhaal.<br />
‘Dit magisch poeder zul je vinden in een grot. De plek is verstopt achter een eikenboom met een klein, houten hutje ernaast. Dat moet je zoeken.’ Wom kijkt vragend naar Eea. Ze hebben de plek gevonden, de plek waar ze zolang naar hebben gezocht.<br />
‘Heemu, beste vriend! Bedankt voor het helpen!’ Wom klopt Heemu op de rug, ervoor zorgend dat hij bijna voorover valt. Heemu kijkt het duo glunderend aan.<br />
‘Ik ben blij jullie van dienst te kunnen zijn, beste heren. Ik doe immers alles voor mijn vrienden.’ Een paar lange vingers tikken zachtjes op een grijze rots en Heemu lost in het niets op. Eea en Wom blijven verbaasd achter.</p>
<p>De volgende dag maken ze zich gereed voor de zoektocht naar de grot. Het stuk touw en de bijl stopt Eea weer terug in de juten zak en slingert deze over zijn schouder. Snel en langzaam bewegen ze door het bos, totdat zij bij de grot met het houten hutje uitkomen. Eea kijkt Wom even aan.<br />
‘Hier is het, Wom. Dit is de plek.’ Wom bukt zich naar voren en geeft een klopje op de grot. Uit de grot klinkt een oorverdovend harde kreet die de grond onder hun voeten doet beven.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h5>Lees <a href="http://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/09/deel-i-op-pad/">hier</a> Deel I.</h5>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/16/deel-ii-de-oversteek/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Deel I Op pad</title>
		<link>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/09/deel-i-op-pad/</link>
					<comments>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/09/deel-i-op-pad/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Maria1990]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 09 Mar 2018 10:41:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Vervolgverhalen]]></category>
		<category><![CDATA[Eea en zijn verloren schat]]></category>
		<category><![CDATA[fantasie]]></category>
		<category><![CDATA[feuilleton]]></category>
		<category><![CDATA[maria koskamp]]></category>
		<category><![CDATA[vervolgverhaal]]></category>
		<category><![CDATA[yours truly the storyteller]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://yourstrulythestoryteller.nl/?p=166</guid>

					<description><![CDATA[Men zegt dat het bos een plek is voor geheimen. Geheimen verhuld in schatten. Dit verhaal vertelt ons over de…]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;">Men zegt dat het bos een plek is voor geheimen. Geheimen verhuld in schatten. Dit verhaal vertelt ons over de zoektocht naar die schatten en neemt ons mee naar een eeuwenoude legende:<br />
Honderd jaar geleden plunderden indringers het land van Seepor. Duizenden schatten van de inwoners waren meegenomen. Zo ook de schat van Eea’s grootvader. Dit was groen, magisch poeder dat heelkracht bevatte. Op de laatste dag van de plunderingen overvielen enkele inwoners de indringers. Ze kregen het voor elkaar om sommige schatten terug te winnen. De indringers hadden echter een aantal schatten verstopt in het bos, voordat deze teruggepakt werden door de inwoners. Ook de schat van Eea’s grootvader is verstopt in het bos.</p>
<p style="text-align: center;">
***</p>
<p><span id="more-166"></span></p>
<p style="text-align: left;">
Eea brengt zijn moeder de gekookte doeken waar ze om vroeg. Op het bed in de hoek ligt zijn zieke zusje, Myra. De nare ziekte die haar heeft geveld, lijkt niet te verdwijnen. Eea’s ouders weten geen raad.<br />
‘Eea, dank je wel voor al je hulp.’ Zijn moeder ziet er vermoeid uit.<br />
‘Hier, laat mij maar even.’ Eea neemt de doeken van haar over en ververst het nestje dat om zijn zusje is gewikkeld. De koorts neemt maar niet af.<br />
‘Ik weet het niet, Eea. Ik weet niet wat we moeten doen.’ Een bedroefd gezicht kijkt Eea aan.<br />
‘Ik weet het wel. Ik moet op pad, op zoek naar het poeder van grootvader.’<br />
‘Ik wil dat je voorzichtig doet, Eea.’ De warme hand van zijn moeder strijkt langs zijn wang. ‘En pas op voor Katiri. Zij is werkelijk waar overal.’<br />
‘Het is tijd, moeder. Morgen vertrek ik.’</p>
<p style="text-align: left;">
Als de zon opkomt, vertrekt Eea naar zijn schuilplaats in het bos. De uitgegraven grot onder de heuvel is verborgen achter laaghangende takken en dichte struiken. Om zijn rechterschouder bungelt een lang stuk touw en in zijn linkerhand sleept hij een bijl mee. Het is tijd om terug te nemen wat van hem is afgepakt.<br />
Hij legt de spullen neer op de heuvel boven zijn schuilplaats. Langzaam brengt hij zijn beide handen samen en richt zijn hoofd naar de dertig meter lange boom die recht tegenover de heuvel staat. Hij spreekt de mantra voorzichtig uit: ‘hier, hier, hier en nu, hier, hier, hier en nu, ontwaak en toon jezelf’. De bruine top van de boom draait naar Eea toe en de takken die naar links en rechts uitsteken, vormen samen twee lange armen. De boomstam splijt in tweeën, zodat er twee benen ontstaan. Het vriendelijke gezicht van zijn beste vriend komt tevoorschijn. Eea lacht naar hem.<br />
‘Gegroet, Wom!’ roept hij naar boven.<br />
‘Gegroet, Eea, wat is je plan voor vandaag?’<br />
‘Mijn schat vinden. Het is tijd terug te nemen wat van mij is.’<br />
Wom bukt zich naar voren. Zijn grote, bruine hand pakt de bijl van de heuvel.<br />
‘Als je kracht nodig hebt op deze zoektocht, kun je beter mij mee vragen dan dit bijltje mee te nemen.’ Eea is blij verrast als zijn vriend hem dit vraagt.<br />
‘Ja, natuurlijk mag je mee op dit avontuur. Graag zelfs!’ Met logge stappen maakt Wom zich los van de grond en schudt de bladeren van zich af. Vanachter een boom die links van hem staat, pakt hij een juten zak en geeft die aan Eea. De bijl en het stuk touw verdwijnen erin.</p>
<p style="text-align: left;">
Gedurende drie dagen zijn er twee donkere gedaantes te zien aan de horizon, een lang silhouet vergezeld met een iets kleinere. Na elke twintig meter stopt de lange silhouet, gevolgd door de iets kleinere verschijning. Tijdens de reis slapen Eea en Wom in grotten en in holen van zandbanken. Bij elke dode boomstam blijven ze staan. Het lange stuk touw wikkelen ze om de stam en knopen het uiteinde vast aan een levende boom ernaast. Met harde en constante slagen hakt de bijl in de stam. Elke slag doet de grond een beetje beven en wanneer Eea zijn kracht verliest, neemt Wom het hakken over met flinke dreunen tegen de boomstam. Eea en Wom vinden niets, behalve gevallen boomschors en dorre takken. Met hun doel voor ogen gaan Eea en Wom weer op weg na een vierde nacht in een grot te hebben geslapen.</p>
<p style="text-align: left;">
De zwakke ochtendzon schijnt door de hoge bomen in het bos. Een rustig, kabbelend beekje stroomt langs het bospad. Verschillende vogels vliegen met Eea en Wom mee als zij hun weg vervolgen in het bos. De aarde is modderig door de regen die in de nacht is gevallen. Om de paar meter moet Eea zijn schoenen afvegen tegen een boomstam, zodat hij niet vast blijft zitten in de grond. Wom beweegt af en toe zijn voeten heen en weer, voorzichtig uitkijkend dat hij de modderspetters niet op Eea terecht laat komen. Eea’s gedachten zijn bij zijn huis, bij zijn ouders en zijn kleine zusje.<br />
Wom veegt met zijn armen door de hoge toppen van de bomen. Hij ziet na ongeveer een kilometer afstand geen bos meer.<br />
‘Eea, we hebben, denk ik, een probleem. Er is straks geen bos meer.’ Eea trekt zijn schoen uit de modder en kijkt omhoog naar zijn beste vriend.<br />
‘Hoe bedoel je? Laat eens zien.’ Een grote, bruine hand komt naar beneden en daalt ongeveer dertig meter. Wom tilt Eea op en zet hem op zijn rechterschouder.<br />
‘Kijk! Daar zie ik geen boomtoppen meer, maar alleen een blanke horizon.’<br />
‘Dan hebben we inderdaad een probleem. Misschien moeten we daar naar links of naar rechts. Laten we in ieder geval doorstappen om te zien wat daar is.’ Voorzichtig zet Wom zijn beste vriend weer op de grond. Hij tilt zijn rechtervoet op om de modder in het beekje rechts van hen te laten vallen. Met stevige stappen lopen Eea en Wom door tot aan het eind van het bos. Ze stoppen bij een diep ravijn.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://yourstrulythestoryteller.nl/2018/03/09/deel-i-op-pad/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
